© Lopendezaak Website Design. All Rights Reserved.

Tips voor hardlopen met kinderen:
Het is een van de nieuwste ontwikkelingen binnen het hardlopen: kinderen die aan hardlopen doen. In het verleden was het hardlopen natuurlijk een onderdeel van de atletiek, het voetballen of andere sporten. Maar tegenwoordig zie je steeds vaker vaders of moeders die een stukje in het bos gaan hardlopen met hun kinderen.

Nog niet zo lang geleden hadden veel experts en volwassenen de mening dat kinderen op hardloopgebied zich enkel aan (zeer) korte afstanden mochten wagen en dat hardlopen slecht was voor de ontwikkeling van het kind. Kinderen die buiten spelen, bewegen genoeg, was het devies. Inderdaad, vroeger. Het is algemeen bekend dat kinderen tegenwoordig veel minder bewegen en meer TV kijken. Daarom is bij kinderen, net als bij volwassenen, de noodzaak ontstaan om te gaan sporten.

Voordelen van hardlopen:

Hardlopen biedt een aantal voordelen, ook voor je kind. Het is een goedkope sport. Je hebt in feite alleen een paar hardloopschoenen nodig. Op die schoenen moet je overigens niks bezuinigen, die moeten goed zijn! Het is de meeste flexibele sport die er is: je kunt gaan wanneer je maar wilt en je kunt gaan lopen waar je maar wilt. Dit zijn de voordelen voor ouder en kind. Je kind zal meer energie hebben en bij drukke jongens is het juist een goede manier om energie kwijt te raken. Je kind zal mentaal sterker worden door te gaan hardlopen. En als hij of zij een wedstrijd meepikt, dan is dit ook een leerzame ervaring. En, als je het op de goede manier aanpakt, is lopen met je kind ook gewoon leuk en gezellig.

Hardloopwedstrijden voor de jeugd:

De laatste jaren komen er steeds meer wedstrijden voor kinderen. En die wedstrijden worden ook door steeds meer kinderen gelopen. Meestal is dit 500 meter voor kinderen tot een jaar of 8, 1000 meter tot 12 jaar, 2,5 kilometer van 12 tot 16 jaar en boven de 16 jaar mag je aan het ‘echte’ werk meedoen.

Als je naar zo’n wedstrijd kijkt, gaat deze meestal als volgt: de eerste 100-200 meter gaat keihard (vaak boven de 15 km/u), daarna zakken de meeste kinderen in een keer door het ijs en slepen ze zich naar de finish. De kinderen staan vaak ongetraind aan de start, omdat het ‘zo leuk is, om ook eens mee te doen’. Maar na 200 meter moet menig kind huilend opgetild worden, omdat ze ‘zo moe zijn’. Het is dus beter dat een kind getraind heeft en voorbereid is voordat hij aan een wedstrijd gaat meedoen.

Over het algemeen lijken deze afstanden het meest praktisch voor kinderen. Namelijk, een langere afstand (bv. 5 kilometer) zou nauwelijks deelnemers trekken. Tenzij een kind getraind is hiervoor, is een dergelijke afstand te ver. Ongetrainde kinderen zouden gaan huilen en na 1 kilometer uitstappen. Een afstand van 100 meter is te kort om in een groep te starten. Dat zou niet eerlijk zijn voor kinderen die niet helemaal vooraan staan. Er zou dus in series gestart moeten worden en dit is organisatorisch nogal onhandig.

Je kind kan natuurlijk de 500 meter ook rustig lopen, zonder verzuring. Dan loopt hij de afstand gemakkelijk uit en het is waarschijnlijk een meer comfortabele ervaring. Hij zal echter niet meedoen voor de prijzen. Maar dat wil ook niet iedereen.

Tips voor het trainen met je kind:

In dit artikel wil ik een aantal tips aandragen, zodat je op een leuke manier kunt gaan hardlopen met je kind. Afstanden tot een kilometer of 10 liggen in elk geval wel binnen bereik, al is 30 minuten hardlopen ruim voldoende om een goede basis te leggen voor langere duurlopen op latere leeftijd. Met 30 minuten hardlopen wordt het ook niet te saai, al moet je als ouder zelf aanvoelen wat wel en niet kan.

Als je nu met hardlopen aan de slag zou willen met je kind, dan zijn er een aantal tips erg belangrijk om te onthouden:

1. Je kind is te vergelijken met een absolute beginner die nog nooit aan sport heeft gedaan! Je kind weet niets van de sport: hoe hard moet ik lopen? Hij moet dus leren om rustig te starten.

2. Je bouwt dus rustig op. Je begint eens rustig met stukjes van 1 minuut en daarna wandelen. Dan probeer je eens 2 minuten, dan 3 enz. tot datgene waar je naartoe wilt. Let daarbij telkens op dat het tempo laag ligt. 8 km/u is voor een volwassen startende loper vaak al hard zat. Voor een kind kun je dezelfde snelheid aanhouden, al kun je met een wat groter kind (ouder dan 8 jaar) misschien wel wat sneller. Zolang het kind maar niet buiten adem raakt en comfortabel loopt.

3. Deze lage tempo’s geldt ook voor kinderen die andere sporten doen! Hardlopen is een andere belasting dan wielrennen, voetballen, tennis,… Dus ook al loopt je kind met gemak 15 km/u, zijn lichaam is nog niet gewend aan de specifieke belasting van het hardlopen. Dat moet nog worden opgebouwd. Dus ook voor een sportief (niet hardlopend) kind: de eerste 12 weken minimaal rustig opbouwen.

4. Je kind heeft geen flauw benul van afstanden of tijd. Je moet dus vaak zeggen, nog 2 minuten, nog 1 minuut, aftellen,… Je kunt ook beter zeggen, we doen vandaag een ‘schooltje’ (bij ons is de afstand naar school 1 kilometer). Daar kunnen ze zich iets bij voorstellen. Voor een kind is alles verder dan 100 meter oneindig ver weg en voor een kind voelt 20 seconden aan als 200 seconden. Maak de afstand of tijd visueel voor je kind;

5. Kinderen hebben geen benul van snelheid. De eerste 30 seconden moeten ze dus zwaar op de handrem, zodat ze het punt bereiken na 3 minuten dat de ‘steady stade’ komt. Na verloop van tijd leren kinderen om niet te snel te starten bij een duurloop.

6. Niet alleen duurlopen! Variatie in de training is niet alleen leuker, maar brengt ook meer. Zeker als je kind wedstrijden gaat rennen, is snelheidstraining ook erg belangrijk. Daarbij vinden kinderen sprinttraining erg leuk. Sprinttraining is niet hetzelfde als wat kinderen met tikkertje doen. Bij tikkertje gaat het om het spel en gaan kinderen meestal niet voluit sprinten.

Ter vergelijking voor een kind van 5 jaar. Bij tikkertje speelt ze gewoon mee en zal ze niet snel boven de 12 km/u uitkomen. Bij een echte sprint over 20 meter haalt ze gemakkelijk 18 km/u! De snelheid ligt bij een getraind kind dus veel hoger en dit vergt dus gewenning. Begin echter pas met snelheidstraining op het moment dat je kind al minimaal 12 weken aan hardlopen doet.

7. Varieer ook met ondergrond. Kinderen vinden kleine bospaadjes en heuveltjes spannend. En dit terrein is ook ideaal om coördinatie en kracht te trainen.

8. Als je kind gaat deelnemen aan een wedstrijd, train dan datgene waar ze aan gaan deelnemen. Als ze gaan deelnemen aan een 500 meter, train dan niet enkel op sprintjes of op duur. Als je de 500 meter snel wilt lopen, betekent dit snel (maar niet te snel) vertrekken en zo lang mogelijk het tempo hooghouden. Vooral dat tempo volhouden, vergt doorzettingsvermogen en mentale getraindheid van het kind, want de benen schreeuwen om te mogen stoppen. Veel kinderen gaan na 200-300 meter dan ook wandelen of lopen aan de hand van de ouder.
Dat doorzetten en die hardheid krijg je echter alleen door ook hierop te trainen en, door het te oefenen, te ‘leren’ hoe je zo’n afstand moet lopen. Te ervaren dat je ook met die vermoeidheid en verzuring door kunt gaan. Dit zijn echter ook de zwaarste trainingen, die ook mentaal veel van een kind vragen! Doe dit soort trainingen dus niet te vaak. Loopt je kind geen wedstrijden (of vindt je het resultaat niet belangrijk), dan zijn dit soort trainingen niet noodzakelijk;

9. Wedstrijden lopen moet je ook leren. Er zijn best wel een hoop spannende dingen die aan zo’n wedstrijd vastzitten, waar een kind aan moet wennen. Zo staan er natuurlijk mensen te kijken. Er is harde muziek. Er staan tientallen andere kinderen (vaak zijn die ook nog eens een paar jaar ouder) en die trekken en duwen bij de startlijn. Je kind moet al een paar keer een wedstrijd gelopen hebben, om hier een beetje aan gewend te zijn.
Voor verlegen kinderen zou het een manier kunnen zijn om met drukte te leren omgaan. Van het lopen van wedstrijden (zeker in combinatie met af en toe een zwaardere training, zoals het lopen van bv. 4 x 400 meter of 4 x 3 minuten aan een wat hoger tempo) wordt het kind mentaal een stuk sterker en zelfverzekerder.

10. Train ook eens met andere kinderen. Als er een niveauverschil is, kun je de een bv. 100 meter laten lopen en de ander 80 meter. Wie is het eerste bij de finish? Trainen met andere kinderen is leuker en het geeft een wedstrijdelement.

11. Het kind moet een aantal grenzen overwinnen. Stimuleer het doorzettingsvermogen en laat hem niet zomaar meteen opgeven als hij een beetje ‘moe’ wordt, terwijl je duidelijk ziet dat hij op dat moment even liever lui dan moe is. Juist op dat moment moet hij even doorzetten. Net zoals een kind op school niet altijd alles uit de weg kan gaan, wat hij lastig vindt. De eerste keer een grens overgaan, is het moeilijkste. Laat hem daarna zien: “Zie je wel, je kunt het! Je hebt het gewoon gedaan!” Hou vol, de vooruitgang komt wel.

12. Bij het stimuleren van doorzettingsvermogen, is het belangrijk ervoor te zorgen dat, na de inspanning, het kind trots is op zichzelf. Dat stimuleert om er de volgende keer weer in te vliegen. Wees niet te kwistig met complimenten. Als je een kind overal uitbundig voor prijst, leert hij niet om ergens moeite voor te doen.

13. Belonen is erg belangrijk. Beloon op basis van iets waar het kind invloed op heeft. Je kunt niet garanderen dat je wint of een bepaalde tijd loopt. Je hebt namelijk dan ook met externe factoren te maken: tegenstander, weersomstandigheden,… Nogal vervelend als je je helemaal leeggelopen hebt en je krijgt alleen maar een sneer, omdat je niet hebt gewonnen.
Of als je kind van 7 juist op z’n dooie akkertje wint, omdat de rest allemaal 2 jaar jonger is, dan is dat ook niet erg knap. Beloon op basis van inzet. “Doe je uiterste best, meer kun je niet doen”.

14. Een loopband is een ideale omgeving. Tijdens het lopen, kun je een laptop erbij zetten, waar je tekenfilms e.d. op kunt zetten. Een duurloopje van 30 minuten wordt op deze manier vaak ook een stuk leuker. Daarnaast kun je er perfect voor zorgen dat je kind aan één tempo loopt en niet te hard (of te zacht) gaat. Let op: het lopen op een loopband moet goed aangeleerd worden! Het verschil met buiten rennen, is dat de loopband niet stopt. Je kind moet dus wennen aan het feit dat hij niet zomaar kan gaan stilstaan! Oefen in het begin eerst een tijdje met wandelen op de band, dan rustig dribbelen en dan pas hardlopen.

15. En tenslotte… plezier in bewegen is het belangrijkste. Als je kind over het algemeen positief terugkijkt naar de training, dat moet je bewaken. Als je een 1000 meter loopt als wedstrijd, dan loop je na 800 meter met 2 compleet verzuurde benen. Dit is niet echt het juiste moment om hardlopen heel erg leuk te vinden. Maar na de finish krijg je een medaille, een glas sap en heel veel complimenten. En zit je bij de eerste 3, dan krijg je ook nog een beker mee. Dan bij je alle pijn meteen vergeten.

Met de bovenstaande tips, kun je lekker gaan hardlopen met je kind. Ook al is hij/zij pas 3 of 4 jaar oud. Misschien moet je er wel rekening mee houden, dat sommige mensen vreemd opkijken of zelfs negatief reageren op het hardlopen. De ouderwetse vooroordelen, dat hardlopen slecht zou zijn voor kinderen, zijn hardnekkig. Er is echter een kentering zichtbaar, dat men het (wat) normaler gaat vinden dat kinderen sporten. Veel succes en vooral... veel plezier!

Hou de site van Lopende Zaak in Swalmen goed in de gaten! In de nabije toekomst komt er bij Lopende Zaak waarschijnlijk een groep voor (maximaal 8) kinderen die willen gaan hardlopen. Meld je hier alvast aan als je interesse hebt!

Klik hier om terug te keren naar het artikelenoverzicht.