© Lopendezaak Website Design. All Rights Reserved.

Wat cijfers over hardlopen (voor de liefhebber):

Wist je dat…

1. De gemiddelde leeftijd van een deelnemer aan de halve marathon in Venlo is 43,7 jaar. De mannen zijn gemiddeld 44,5 jaar oud, de vrouwen 41,4 jaar oud. De gemiddelde leeftijd op de 10 kilometer is een stuk lager: gemiddeld 38,95 jaar. De mannen zijn gemiddeld 40,7 jaar oud, de vrouwen 36,96 jaar oud.

2. In 2006 was 19,9% van de deelnemers aan de halve marathon in Venlo vrouw. Op de 10 kilometer was 35,6% van de deelnemers vrouw. In 2013 was inmiddels 26,7% van de deelnemers aan de hoofdafstand vrouw. Op de 10k bedroeg het percentage 46,7% en op de 5k waren de dames in de meerderheid (55%).
Op de Zevenheuvelenloop in 2013 was 29,8% van de deelnemers aan de 15 kilometer vrouw. Op de 10k was dit 56,5% en op de 5k zelfs 75,1%! De conclusie is dan ook: als de afstand langer wordt, doen er verhoudingsgewijs steeds minder dames mee. Eigenlijk is dit vreemd, omdat het vrouwelijk lichaam volgens studies juist meer geschikt zou zijn voor (ultra)lange afstanden. De dames lopen eigenlijk relatief het vaakst de afstand waar ze (relatief) minder goed in zijn.

3. Bij grote loopevenementen, zoals de Venloop, Zevenheuvelenloop en Damloop, zijn vrouwen (op de kortere afstanden) meestal al in de meerderheid. Op de kleinere, lokale wedstrijden is dit echter niet het geval. Meestal is rond de 40% van de deelnemers aan de 5k op zo’n kleine wedstrijd vrouw. De 10k is meestal (vrijwel exclusief) het domein van de mannen. Er zijn wedstrijden, waar meer dan 90% van de lopers man is. Het lijkt er dus op dat dames liever in de anonimiteit van de (grote) groep lopen, dan in een klein veld.

4. Grote hardloopevenementen worden elk jaar groter. Zo deden in 2003 20.265 (volwassen) lopers mee aan de Damloop en 18.563 aan de Zevenheuvelenloop. In 2013 waren er dit bijna 2x zo veel. Damloop: 40.609. Zevenheuvelenloop: 34.430. Kleine loopevenementen daarentegen kunnen niet echt meeprofiteren van deze hardloopgolf. Diverse onderzochte wedstrijden worden elk jaar kleiner of blijven hooguit gelijk qua deelnemersaantallen. In 7 jaar tijd wisten kleine evenementen ongeveer 12% meer lopers te verwelkomen. De hoofdoorzaak voor het achterblijven van de groei, ligt hoogstwaarschijnlijk in het feit dat de gemiddelde loopsnelheid bij kleine evenementen veel hoger ligt dan bij grote evenementen. Loop je de 5k niet binnen de 30 minuten of de 10k niet binnen 50 minuten, heb je kans dat je laatste wordt. Voor veel lopers is dit een reden om dan helemaal niet te starten.

5. De loopsnelheid ligt bij grote loopevenementen dus (veel) lager. Zo werd in 2013 op de Venloop de 5k door de mannen gemiddeld in 28.00 afgelegd en door de vrouwen gemiddeld in 31.46. Met 30.04 was dus precies de helft van alle lopers binnen. Gemiddeld werd er dus 9,98 km/u gelopen. Op de 10k deden de mannen gemiddeld 56.42 over de afstand, de gemiddelde dame klokte af op 1.02.59. Een gemiddelde tijd dus van 59.38, oftewel 10,06 km/u. De halve marathon werd door de mannen gemiddeld in 1.51.42 gelopen, door de vrouwen in 2.04.05, een gemiddelde dus van 1.55.01 oftewel 11 km/u. Je ziet dus dat, hoe langer de afstand wordt, hoe sneller er gemiddeld gelopen wordt. Dat heeft natuurlijk alles te maken met mate van getraindheid van de lopers.

6. Ter vergelijking met kleine loopevenementen. De halve marathon van Ell werd door de mannen gelopen in 1.37.50 en door de vrouwen in 1.50.43. Met andere woorden, in Ell lopen de dames gemiddeld harder dan de mannen op de Venloop! Kijk je naar de 5k bij diverse loopjes, zoals de Avondloop in Heythuysen, Oliebollenloop in Weert of de Osseloop in Ottersum, dan zie je dat een eindtijd boven de 30 minuten vrij uitzonderlijk is. Meestal ben je dan (voor)laatste. In 2013 liepen er in Heythuysen 23 (van de 68) mannen onder de 40 minuten op de 10 kilometer, eentje minder dan bij de Venloop. Met een tijd van 50 minuten, zou je nog 6 mannen achter je weten en geen enkele vrouw meer (die waren allemaal al binnen!). Met andere woorden, 50 minuten na het startschot begint men langzaam de lucht uit de finishboog te laten en is het parcours alweer bijna vrijgegeven voor het verkeer. Bij wijze van spreken natuurlijk. Maar bij de Venloop moet na 50 minuten nog meer dan 85% van de lopers (op basis van nettotijd!) binnenkomen.

7. De Zevenheuvelenloop wordt gemiddeld (iets) sneller gelopen dan de Venloop. Gemiddeld doet men 1.19.42 over het heuvelachtige parcours. Dit is 11,29 km/u. De mannen finishen in 1.16.32, de dames in 1.27.12. Deze wedstrijd is ook sneller, door het grote aantal toplopers uit binnen- en buitenland dat hier elk jaar van start gaat. Dit staat echter in schril contrast met dezelfde wedstrijd in 1987. Toen was de gemiddelde eindtijd 1.03.48 voor de mannen en 1.10.55 voor de vrouwen (gemiddeld 1.04.17, oftewel 14 km/u!). In deze editie waren er slechts 5 (van de 1277) deelnemers die er langer dan 1.30 over deden! In 2013 is dan nog 17% onderweg (duizenden lopers dus) en zijn eindtijden van boven de 2 uur geen uitzondering.

8. Waar de voorhoede bijna uitsluitend door mannen bevolkt is, is het meestal ook een man die als laatste binnenkomt. Zowel bij de Zevenheuvelenloop op 5k en 15k, bij de Venloop op de 5k en 21k droeg een man de ‘rode lantaarn’. Op de 10k van beide evenementen was het een vrouw die als laatste binnenkwam. Ook in Heythuysen was op beide afstanden de laatste loper een man.

Meer feiten volgen nog…

Wil je kletsen met andere hardloopliefhebbers? Informeer hier voor meer informatie of kijk eens rond op de website.

Klik hier om naar het artikelenoverzicht terug te keren.