© Lopendezaak Website Design. All Rights Reserved.

Het belang van gevarieerd trainen:
Herken je dit: je loopt een paar keer in de week en je loopt elke keer hetzelfde rondje. Na 12 minuten ben je bij het kruispunt, na 26 minuten kom je uit het bos, na 40 minuten ga je de brug over en na 53 minuten ben je klaar. 10 kilometer gelopen. En het liefste gaat dit rondje elke keer wat sneller.

Op een bepaalde dag stokt je vooruitgang en blijf je op je 53 minuten zitten. Hoe hard je ook je best doet. De oplossing is: variatie aanbrengen in je training. Naast de lange duurloop, zijn er allerlei andere diverse trainingsvormen, die je kunt toepassen:

Intervaltraining:

Om te wennen aan een hogere snelheid, doen veel wedstrijdatleten aan intervaltraining. Intervaltraining wil niets anders zeggen dan een bepaalde afstand (snel) lopen, afgewisseld door een rustperiode. Zo kun je bijvoorbeeld 10 x 400 meter lopen, afgewisseld met 100 of 200 meter dribbelpauze. Bij versnellingen over 100 meter, train je met name kracht, snelheid, souplesse en techniek. Bij versnellingen over 1000 meter, train je uithoudingsvermogen en tempohardheid. Heb je geen exacte afstanden tot je beschikking? Doe dan een minutenloop. Je kunt ook 10 x 2 minuten een versnelling doen met 1 minuut herstelpauze.

Fartlek en heuveltraining:

Qua afwisseling komt alles samen in de fartlek (Zweeds voor vaartspel). Bij een fartlek wissel je korte snelle stukken af met rustig dribbelen, een heuvel, een smal paadje, een lang snel stuk en misschien ook stukjes wandelen. De heuvels zijn belangrijk als krachttraining, zowel bergop als bergaf. Bergop train je je kuiten, bergaf train je je bovenbenen extra. Zeker in een wedstrijd met heuvels worden vaak bergaf de verschillen gemaakt!

Loopscholing:

Loopscholing is een verzameling van allerlei oefeningen, zoals skippings (kniehef). Loopscholing kan ervoor zorgen dat je effectiever gaat lopen: je gaat sneller met dezelfde hoeveelheid energie! Daarnaast hebben technisch goede lopers minder kans om tegen een blessure aan te lopen.

Core-stability en krachttraining:

Doe 2x in de week aan krachttraining. Hardlopen doe je niet alleen met de benen, maar met het hele lijf. Je gebruikt namelijk ook je armen, borst, heupen, buikspieren en rugspieren om de loopbeweging te maken. Core-stability (oftewel: rompstabiliteit) is een verzameling van oefeningen ter versterking van de rompspieren, om zo de loophouding te verbeteren. Enkele voorbeelden van oefeningen zijn: opdrukken, sit-ups, de plank,... Het resultaat is een effectievere looptechniek en minder kans op blessures. Door ook krachttraining te doen met de beenspieren, kun je ook krachtiger afzetten, waardoor je harder loopt.

Dus: haal meer uit je looptrainingen en meld je snel aan bij Lopende Zaak in Swalmen! Op welk niveau je ook loopt, je traint altijd op je eigen niveau en samen met anderen. Loop je nog niet, maar ben je van plan te gaan starten: dan is de startersgroep, die op 1 januari van start gaat echt iets voor jou! In 12 weken tijd kun je 30 minuten aan een stuk hardlopen (en misschien nog wel langer). Meld je hier aan!

Klik hier om terug te keren naar het artikelenoverzicht.